gemeente


nieuws

kerk

stichting

links

contact
Evangelisch Lutherse Gemeente Groningen



Orgel

Het oorspronkelijke Schnitger/Radeker & Garrels/Freytag orgel, dat in de 18de en 19de eeuw al herhaaldelijk moest worden “gerepareerd”, werd in 1896 (twee eeuwen na de inwijding van de kerk) vervangen door een instrument vervaardigd door de firma Van Oeckelen en Zonen (Cornelis Aldegundis (1829-1905) en Antonius (1839-1918).

In 1883 denkt men al aan die vervanging, er komt een orgelfonds. Er is overleg met de orgelmakers Van Oeckelen en met J.F. Witte van de firma Bätz & Co te Utrecht. De kerkenraad stuurt zelfs een delegatie, waartoe ook de toenmalig organist P.H. De Groot behoort, richting Utrecht. In Utrecht bezoekt men onder andere het Witte-orgel van de Lutherse kerk aldaar. De Groot en de secretaris achten dit orgel te klein is: de secretaris acht het “te kinderachtig en niet krachtig genoeg”. Op 9 december 1895 besluit men de opdracht aan Van Oeckelen te verlenen.

Op 13 oktober 1896 staat het orgel gereed in de werkplaats; de heren K.P. Steenhuis (organist Nieuwe kerk) en P.H. de Groot gaan het orgel daar bespelen. Over de plaats van het instrument in de kerk is nog gediscussieerd: Van Oeckelen stelde voor om de gaanderij met balustrades vóór het orgel te doen vervallen, waardoor het orgel mooier zou uitkomen. Echter de kerkenraad besloot anders; voor het orgel diende het pas opgerichte koor te zingen. En zo geschiedde; het orgel werd geplaatst in een tweede (schijn-)balustrade achter het koor. Overigens is het aardig te vermelden dat het Schnitgerorgel hoogstwaarschijnlijk ook achter de balustrade aan de westzijde heeft gestaan. Tijdens de viering van het 400-jarig geboortefeest van Luther (11 november 1883) wordt melding gemaakt van “eene versiering van groen loof met toepasselijke inscripties” langs de balustrade vóór het orgel.

Op de tweehonderdste verjaardag van de kerk (29 november 1896) werd het nieuwe orgel voor het eerst in de kerk bespeeld, in zes weken tijd werd het oude orgel afgebroken en het nieuwe geplaatst. Het orgel kreeg 22 registers verdeeld over hoofdwerk, bovenwerk en (vrij) pedaal en kenmerkt zich door een aantal expressieve registers die aansluiten bij de romantische stijl. Toch is het orgel als geheel meer te plaatsen in de klassiek-romantische hoek. Het fraaie front is opvallend barok van architectuur. In de stad Groningen is dit het eerste klassiek-romantische instrument dat weer in oorspronkelijke staat is hersteld. Bij de restauratie is gekozen is voor een terughoudend intonatieproces, waarbij veel respect werd getoond voor de bestaande nog aanwezige intonatie. Wat van het pijpwerk nieuw bijgemaakt is, is zorgvuldig vergeleken met bestaand materiaal zoals dat te vinden is in de Hervormde kerk van Niekerk (Oldekerk) en de Remonstrantse kerk Groningen.

Chronologische lijst met wijzigingen:

  • 1925: H. Thijs schuift Violon 16' (HW) op tot 8'-ligging, tevens wijziging Mixtuur.
  • 1926: komst elektrische windmachine (H. Thijs)
  • 1937: Fluit harm. 4' wordt Gedekt fluit 4' (Electr. Kerkorgelfabriek M. Spiering)
  • 1953: M. Ruiter werkt aan het orgel: Violon 8' (HW) wordt Sesquialter II sterk, komst nieuwe Mixtuur. De Prestant 8' (BW) wordt Prestant 4'. Bekers Trompet 8' enger.
  • 1966: pedaallade gerestaureerd (fa. L. Verschueren i.s.m. A.J. Opten). Hierbij worden nieuwe dammen geplaatst en telescoopringen geplaatst.
  • 1975: windlade (BW) gerestaureerd (Verschueren) met telescoopringen. De slepen geschaafd tot dunnere maat. De Quintfluit 3' gaat naar bovenwerk; Viola di Gamba 8' moet hiervoor plaats maken. Een Quint 1½' (HW) wordt gemaakt uit de Viola di gamba. Clarinet 8' wordt een nieuwe Dulciaan 8'. Komst nieuwe bank en pedaal.
  • begin jaren '90: orgel tijdens kerkrestauratie nog in de kerkzaal. Oprichting werkgroep orgelrestauratie (o.l.v. Prof G.J. van den Berg). Start periode fondsen- en subsidiewerving met als hoogtepunt de monumentstatus en daardoor subsidieverstrekking door de Rijksdienst voor Monumentenzorg.
  • november 1994: orgel voor het grootste deel vervoerd naar Mense Ruiter B.V.
  • 6 juni 2001: ondertekening contract Mense Ruiter tot algehele restauratie onder advies van Jan Jongepier. Qua dispositie ging het restauratievoorstel in beginsel uit van (bijna) volledig herstel van oorspronkelijke situatie (terug naar 1896).
  • eind 2003: start restauratie op de werkplaats van Mense Ruiter B.V.
  • april 2004: start restauratie in de kerk
  • 3 september 2004: heringebruikneming orgel. Uitgevoerde werkzaamheden:
    • Herstel alle windladen/windkanalen.
    • Herstel mechanieken/klaviatuur.
    • Schilderwerk kas/ ornamenten.
    • hoofdwerk: reconstructie Violon 16' (uit Van Oeckelen Salicet 4', Oostwold 1860), herplaatsing Quintfluit 3'. Plaatsing nieuwe Mixtuur III/IV sterk gereconstrueerd uit de Sesquialter. Mensuren Trompet 8' hersteld.
    • bovenwerk: Prestant 8' hersteld. Viola di Gamba 8' gereconstrueerd uit de Quint 1½'. Fluit harmonique 4' gereconstrueerd. Komst originele Van Oeckelen Clarinet (1895).
    • pedaal: nieuw klavier à la Van Oeckelen. De registertrekker Calcant is opnieuw verbonden met de originele schel. De oude bank stond nog boven op zolder.

Dispositie: (in ladevolgorde)

Hoofdwerk: (C-f''')
Prestant 8' (O)
Bourdon 16' (O)
Roerfluit 8'(O)
Violon 16' (PO/M) *
Octaaf 4' (O)
Quintfluit 3' (O)
Nachthoorn 4' (O)
Octaaf 2' (O)
Mixtuur III-IV sterk (O/M)
Trompet 8' (F/O)

Bovenwerk: (C-f''')
Prestant 8' (O)
Violoncel 8' (O)
Viola di Gamba 8' (O/M)
Holpyp 8' (O)
Fluit Harmonique 4' (M)
Piccolo 2' (O)
Clarinet 8' (O) **

Pedaal: (C-d')
Subbas 16' (O)
Octaaf 8' (O)
Bourdon 8' (O)
Octaaf 4' (O)
Trombone 8' (O)

Stomme registers:
Koppel (HW-BW)
Koppel Pedaal
Afsluiting Hoofdmanuaal
Afsluiting Bovenmanuaal
Afsluiting Pedaal
Windlosser
Calcant

F = H.E. Freytag & Zoon (1852)
PO = Petrus van Oeckelen (1860)
O = zonen Van Oeckelen (1896)
M = Mense Ruiter B.V. (2004)
* de Violon 16' loopt vanaf klein c.
** dit register (1895) is afkomstig uit het orgel van de Hervormde kerk te Warffum
De klaviatuur bevindt zich aan de linkerzijde.
temperatuur: evenredig zwevend
windvoorziening: één magazijnbalg met twee schepbalgen en twee treden.
Op elk werk is een regulateurbalg aanwezig.
toonhoogte: a' = 435Hz bij 15 °C
winddruk: 83 mm waterkolom

voor een uitgebreider restauratieverslag met foto's zie www.svlk.nl/orgel

©2004/2005 Tymen Jan Bronda

  - interieur - adres gebouwcomplex -